De wereld van zakelijke mobiliteit blijft volop in beweging. Fiscale regels veranderen, steden scherpen hun beleid aan en de rol van elektrische voertuigen ontwikkelt zich verder. Voor wagenparkbeheerders is 2026 een belangrijk scharnierjaar, waarin eerder aangekondigde maatregelen concreet voelbaar worden in kosten, beleid en dagelijkse operatie.
Elektrische auto’s: bijtellingsvoordeel blijft, maar neemt af
Een van de belangrijkste ontwikkelingen betreft de bijtelling voor elektrische auto’s. Waar aanvankelijk werd gestuurd op volledige gelijkstelling met brandstofauto’s in 2026, is dit plan bijgesteld. Elektrische auto’s behouden in 2026 nog een gedeeltelijk voordeel: over de eerste €30.000 van de cataloguswaarde geldt een bijtelling van 18 procent (4 procent korting), met daarboven het reguliere tarief van 22 procent. In 2027 wordt dat respectievelijk 20 en 22 procent. Daarmee blijft elektrificatie fiscaal interessant, al neemt het voordeel zichtbaar af richting het einde van dit decennium.
Youngtimers: minder speelruimte
Ook de zogeheten youngtimer regeling wordt verder aangescherpt. In 2026 moeten auto’s minimaal 16 jaar oud zijn om onder de regeling te vallen, en vanaf 2027 zelfs 25 jaar. Voor voornamelijk ZZP-ers die deze regeling inzetten als kostenbesparend alternatief, betekent dit dat het speelveld snel kleiner wordt en heroverweging noodzakelijk is.
Brandstofkosten: accijnskorting loopt terug
Aan de brandstofkant blijft de overheid voorlopig ingrijpen. De accijnskorting op benzine, diesel en lpg wordt ook in 2026 voortgezet, maar in sterk afgezwakte vorm. Dat betekent dat zakelijke rijders per saldo alsnog meer gaan betalen aan de pomp. Tegelijkertijd blijft onzekerheid bestaan over verdere afbouw na 2026, wat het lastig maakt om brandstofkosten structureel te begroten.
Nieuwe heffing op fossiele auto’s in aantocht
Voor werkgevers met een fossiel wagenpark doemt een nieuwe kostenpost op. De eerder aangekondigde pseudo-eindheffing — een extra heffing van 12 procent over de netto cataloguswaarde — is weliswaar uitgesteld tot 2027, maar vraagt nu al om strategische keuzes. Wie vóór die tijd versnelt richting emissievrije voertuigen, kan deze heffing vermijden. Voor leaseauto’s die al vóór 1 januari 2027 aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld geld een overgangsregeling en betaal je tot en met 16 september 2030 geen pseudo-heffing. Let dus ook op met het afsluiten van leasecontracten met een lange looptijd, die langer doorlopen dan 16 september 2030.
Hogere vaste lasten voor EV’s
Ook elektrische voertuigen ontkomen niet aan hogere vaste lasten. De korting op de motorrijtuigenbelasting voor EV’s daalt in 2026 van 75 naar 30 procent. Daarnaast stijgt de bpm voor elektrische personenauto’s verder door indexatie van het vaste tarief. Voor elektrische bestelwagens blijft de bpm-vrijstelling wel intact, wat ze relatief aantrekkelijk houdt voor stadslogistiek.
Zero-emissiezones dwingen tot vooruitdenken
De uitbreiding van zero-emissiezones zet door. In 2026 voeren opnieuw meerdere gemeenten deze zones in of breiden ze bestaande gebieden uit, waaronder regio’s rond Schiphol en diverse middelgrote steden. Voor wagenparkbeheerders betekent dit dat voertuigkeuze, inzetplanning en routebeheer steeds nauwer op elkaar afgestemd moeten worden.
Vergoedingen: beperkte beweging
Op het gebied van vergoedingen blijven de wijzigingen beperkt. De onbelaste reiskostenvergoeding blijft staan op € 0,23 per kilometer, terwijl de thuiswerkvergoeding licht wordt verhoogd. Dit biedt weinig ruimte voor compensatie van stijgende mobiliteitskosten, maar wel duidelijkheid voor beleid en communicatie richting medewerkers.
Alternatieve mobiliteit krijgt meer ruimte
Fiets- en deelmobiliteit krijgen juist meer aandacht. Voor pool- en hubfietsen wordt gewerkt aan fiscale versoepelingen, bijvoorbeeld wanneer deze niet standaard bij medewerkers thuis worden gestald. Dit maakt alternatieve mobiliteitsoplossingen aantrekkelijker binnen bredere duurzaamheidsstrategieën.
Minder administratieve lasten in zicht
Tot slot wordt gekeken naar administratieve vereenvoudiging. De verplichte rapportage rondom werkgebonden personenmobiliteit (WPM) wordt mogelijk versoepeld. Vanaf medio 2026 zouden alleen organisaties met meer dan 250 werknemers nog hoeven te rapporteren, wat voor veel wagenparkbeheerders een merkbare verlichting betekent.
Wat betekent dit voor jouw wagenpark?
2026 brengt geen abrupte koerswijziging, maar er is voor veel wagenparken wel een snelle koerswijziging nodig. De pseudo-eindheffing brengt heel veel kosten met zich mee. Dus elektrisch rijden blijft de gewenste richting, terwijl fossiele alternatieven steeds duurder en minder flexibel worden. Wagenparkbeheerders die nu al anticiperen op fiscale veranderingen, zero-emissiezones en kostenverschuivingen, bouwen aan een toekomstbestendig mobiliteitsbeleid met grip op zowel kosten als compliance.
Wil je weten wat 2026 voor wijzigingen voor jou wagenpark betekent? Laat het ons weten en we kijken er samen naar.

Geef een reactie